Piloottesten: een zegen voor performante installaties.

Installaties optimaal laten functioneren lukt het best als ze helemaal afgestemd zijn op de noden van een onderneming. Laboratoriumtests geven vaak wel een belangrijke indicatie, maar piloottesten on site laten toe om op basis van correcte data de juiste actieve kool voor een project te selecteren en een continue, hoogkwalitatieve zuivering mogelijk te maken.

Die aanpak hanteert DESOTEC momenteel onder meer bij een belangrijk afvalverwerkend bedrijf. Deze onderneming distilleert biogas uit huishoudelijk afval en zet dit om tot kwalitatief biomethaan, dat nagenoeg even puur is als aardgas.  De serie-opstelling van de twee actievekoolfilters behandelt een flow van 300 m³/h.  Ze verwijdert H2S tot op het vereiste niveau voor de productie van biomethaan en haalt ook organische componenten (VOC’s) uit het biogas.

Serie-opstelling

Voor de opzuivering van biogas tot biomethaan maakt het bedrijf gebruik van een zuiveringstrein, waarin dus ook actievekoolfilters een belangrijke rol spelen. De actieve kool moet waterstofsulfide (H2S) uit het biogas verwijderen om de zuiverheidsgraad te verhogen en om verdere zuiveringsstappen te beschermen van deze schadelijke verbinding. Om de juiste oplossing te selecteren, installeerde DESOTEC bij deze klant twee AIRCON HC XL-filters in serie. De serie-opstelling verhoogt het rendement: dit laat toe een continue zuivering te verkrijgen, waarbij de capaciteit van elke filter volledig kan worden benut. Als de eerste filter is verzadigd, neemt de tweede de werking over en kan de eerste filter worden vervangen.

Het biogas wordt op een bepaald punt afgetapt en vervolgens over een parallelle pilootopstelling gestuurd, waar het door twee types actieve kool wordt behandeld. Het behandelde gas wordt nadien weer in de productie-installatie gebracht zonder enig verlies.

Testtypes

Met de  pilootinstallatie werden twee verschillende testen uitgevoerd. Een beladingstest enerzijds geeft inzicht in hoeveel zwavel de kool daadwerkelijk capteert, terwijl anderzijds een kinetiek-test duidelijk maakt met welke snelheid de doorbraak van H2S gebeurt. De informatie uit deze testen levert andere informatie op dan de labotesten, omdat de metingen on site gebeuren bij een hoger H2S-gehalte, een lagere temperatuur en een lagere vochtigheidsgraad. De resultaten van de piloottesten waren overigens positief: ze geven een logische, te verwachten verhouding weer tussen de ‘on site’-data en de labodata.

De vergelijking tussen de piloottesten, de labotesten en de data van de klant zelf levert essentiële informatie op om het juiste type actieve kool te bepalen en op basis van correcte data relevante discussies te voeren. Ook op lange termijn kunnen door middel van deze testen aanpassingen aan de samenstelling van de actieve kool gebeuren, bij variërende biogassamenstelling. Dankzij de gestandaardiseerde uitvoering van de piloottesten kunnen de resultaten ook voor andere afvalverwerkende bedrijven een meerwaarde betekenen.